‘Er ging een wereld voor mij open’ - Raisa Rudge

‘Ik bleek helemaal op mijn plek in het lab’

Gastblog door Raisa Rudge,
wetenschappelijk onderzoeker

Raisa Rudge

In deel 2 van de driedelige blogserie van de 30-jarige Raisa Rudge vertelt ze over haar studiekeuze op de middelbare school op Aruba en haar studietijd in Nederland. En hoe dit alles haar uiteindelijk naar Brisbane in Australië bracht waar ze nu als wetenschappelijk onderzoeker werkt. Haar vakgebied is natuurkunde met levensmiddelen (eten, drinken, etc) als toepassing.

Na de vele enthousiaste reacties op mijn eerste blog, kijk ik ernaar uit jullie in deze blog een verder kijkje te laten nemen in mijn belevenissen als (aankomend) student.

Blog 1 gemist? Klik dan hier.

Studiekeuze

Aan het einde van de middelbare school moest er een belangrijke keuze worden gemaakt: de studie. Op Colegio Arubano kregen we in die tijd (2008) een paar keer per maand de kans om het decanaat te bezoeken. Dit was een relatief klein lokaal waar we ons op verschillende studiemogelijkheden konden oriënteren met behulp van flyers en brochures en de kennis van de docent.

'Lastig om op afstand een goed beeld van een studie te krijgen'

De meeste universiteiten hadden wel een website, maar het was nogal lastig om echt een goed beeld van de studie te krijgen. Nederlandse studenten kunnen naar open dagen en meeloopdagen, vanuit Aruba hadden wij die luxe niet. Gelukkig zijn de meeste websites tegenwoordig een stuk completer en zijn er zelfs online open dagen.

Nieuwe dingen ontdekken

Bij het maken van de studiekeuze heb ik er rekening mee gehouden dat ik altijd interesse heb gehad in het maken en ontdekken van ‘nieuwe’ dingen. Het leek me dan ook handig om bij de moleculen (de bouwstenen) te beginnen.

'Ik had geen idee waar ik aan begon'

Combinatiestudie

Zo kwam ik terecht bij de opleiding Molecular Science & Technology aan de Universiteit Leiden en de Technische Universiteit Delft. Onder andere de kleurrijke website en termen zoals ‘top wetenschappers’, ‘chemische processen’ en ‘zelf onderzoek doen’ trokken destijds mijn aandacht maar verder had ik geen idee waar ik aan begon. Het bleek een combinatiestudie: Scheikunde en Chemische Technologie aan twee universiteiten.

'Ik was helemaal op mijn plek in het lab!'

Moleculaire bachelor

Vooral het eerste jaar zat boordevol wiskunde en natuurkunde wat ik absoluut niet verwachtte bij mijn kleurrijke moleculaire bachelor. Het kostte dan ook een aantal herkansingen maar uiteindelijk ben ik er toch doorheen gekomen. Waar ik me een stuk comfortabeler voelde was op het lab, waar we gelukkig vaak genoeg mee mochten helpen aan echt onderzoek. Ik heb ook een minor Italiaans gedaan wat verassend genoeg nogal op Papiaments lijkt!

'Door de studieverenigingen voelde ik me snel thuis in Leiden en Delft'

In het bestuur

Ik was vaak te vinden bij de activiteiten van de studieverenigingen en heb ik zelfs bestuur gedaan van drie verschillende studentenorganisaties: de studievereniging in Leiden, een reisvereniging in Delft en een symposium voor beta studenten. Dit heeft zeker geholpen om mij meteen thuis te voelen in Leiden en Delft maar ook om belangrijke kwaliteiten te ontwikkelen (communicatie, leiderschap, organisatie etc, etc).

'Chemie en natuurkunde, maar dan met eten leek mij leuk als tijdelijke afwisseling van de ‘gewone’ scheikunde'

Master

Voor mijn Master heb ik gekozen voor chemisch onderzoek aan de Universiteit Leiden oftewel, ik was weer vaak in het lab te vinden. Als keuzevakken koos ik voor Food Technology aan de Wageningen University & Research. Chemie en natuurkunde, maar dan met eten leek mij leuk als tijdelijke afwisseling van de ‘gewone’ scheikunde.

En toen ging er een hele wereld voor mij open voor wat betreft carrièremogelijkheden…

Hoe dit afliep lees je in mijn volgende blog!

Wil je intussen meer van mij weten? Check mijn Insta:

https://www.instagram.com/raisnscience/

Voor het meer zakelijke netwerk zit ik ook op LinkedIn:

https://www.linkedin.com/in/raisa-rudge-717b6964/


‘In mijn vak moet je scherpe humor hebben’ - Agnes de Lima

‘Gedrag dat fout en stout is, daar houd ik mij mee bezig’

Interview met Agnes de Lima,
forensisch orthopedagoog en psycholoog

Agnes de Lima

Agnes de Lima is forensisch orthopedagoog en GZ-psycholoog. Dat betekent dat ze werkt met cliënten – volwassenen en kinderen – die de wet overtreden. Zij verdiept zich o.a. in opvoeding, jeugd en omgeving en probeert jongeren op het rechte pad te houden. Of te krijgen. Over twee jaar hoopt ze te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam. Een onderzoek onder maar liefst 900 Curaçaose jongeren vanaf 12 jaar vormt de basis.

Haar eigen studiekeuze maken vond ze lastig:

'Ik had geen flauw idee wat ik wilde doen!'

Studie

Het was een lange weg voor de Surinaams-Nederlandse Agnes, komende van de middelbare school in Paramaribo tot waar ze nu is. Ze probeerde een kappersopleiding, een studie chemische bodemkunde, rechten en toen HBO maatschappelijk werk (tegenwoordig Social Work) op de Saxion Hogeschool in Enschede. Agnes maakt het niet mooier dan het is; ze kreeg vrijstelling voor pedagogiek dus ging ze daarna orthopedagogiek studeren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ook deed ze specialisaties in het forensisch veld.

'Hoe raken jongeren de weg kwijt?'

Passie

Ze combineerde haar deeltijdstudie met een baan in een jeugdgevangenis. Daar kwam ze erachter wat ze echt leuk en interessant vond: de vraag hoe het komt dat sommige jongeren de weg kwijtraken en anderen niet. Agnes houdt van wat ze noemt ‘het spel en de puzzel’: waarom het niet verkeerd gaat is net zo interessant als waarom het wel goed gaat. Ze houdt zich graag bezig met gedrag dat fout en stout is.

Doorpakken en humor

Wat moet je kunnen om een goede forensisch orthopedagoog en psycholoog te zijn? Doorpakken en relativeren, zegt Agnes. Gevoel voor humor helpt. Je moet mensen van diverse kanten kunnen bekijken en de kracht zoeken die iemand heeft. Zo kan een goede oplichter misschien ook een goede autoverkoper zijn, zegt ze met een knipoog.

Ze wijst er ook op dat het vaak vrouwen zijn die kiezen voor een sociale studies en dat de cliënten jonge mannen zijn. Het is belangrijk om als jonge, net afgestudeerde vrouwelijke professional je grenzen te bewaken.

'In mijn vak moet je scherpe humor hebben!'

Opvoeding

Agnes is zelf, zoals ze mooi zegt, een dubbelbloed; haar vader komt uit Suriname, haar moeder is Nederlands. De Caribische cultuur en opvoeding kent ze van binnenuit. Ze benadrukt dat er weinig wordt stilgestaan bij wat we van binnen echt voelen en denken.

'In de Cariben zijn we minder gewend stil te staan bij wat we denken en voelen'

Agnes’ tip voor studenten die kiezen voor een sociale studie:

Leer het werk kennen in het veld. Ga naar open dagen bij bedrijven en loop dagen mee zodat je weet hoe het werk ‘in het echt’ is.

Het onderzoek van Agnes

Naast haar reguliere baan als GZ-psycholoog is Agnes bezig met haar promotieonderzoek. Ze heeft op Curaçao jarenlang data (gegevens) verzameld over het gedrag van kinderen vanaf 12 jaar. Zoals ze haar onderzoek zelf samenvat: waarom worden sommige jongeren crimineel en anderen niet? Wat beschermt hen? Dat wil ik weten!

'Een heleboel Caribische kinderen doen het prima in het leven'

Met de hulp van scholen en haar grote netwerk op het eiland lukte het om grote groepen kinderen en jongeren in kaart te brengen.

Een persoonlijke benadering is erg belangrijk zodat er vertrouwen wordt opgebouwd. En telkens weer uitleggen wat de bedoeling is. Goed onderzoek en promoveren is een lang, zwoegend verhaal, je moet echt volhouden! zegt Agnes lachend.

Resultaten

Wat zijn de eerste voorzichtige resultaten van haar onderzoek? Agnes spreekt over de mogelijke gevolgen van wat zij ‘een niet-handige opvoeding’ noemt: te streng, met te weinig ruimte voor een eigen mening. Kinderen – in ieder geval die uit groep 8 dan – kunnen hierdoor minder goed zelf goede keuzes maken, zeker als ze slechte vrienden hebben en ze zich niet fijn voelen op school. Over het algemeen kunnen jongens dan agressiever worden en gaan meisjes sneaky (stiekem) regels overtreden. Jongens zijn hierbij gevoeliger voor hoe goed dingen in hun omgeving geregeld zijn, terwijl meisjes eerder hun motivatie voor positieve doelen verliezen. Dat betekent dus iets voor de manier waarop we kinderen die risico lopen moeten opvoeden. Én hoe je de problemen met ze moet oplossen. Een verschillende benadering dus. Hoe, dat kunnen we gelukkig leren van de vele Caribische kinderen die het prima doen in het leven!